Wanhoop

Hoe harder hij me nodigt heeft, des te harder duwt hij me weg. Zijn tirades raken me niet, het is wanhoop. Zijn verwijten klinken luider, zijn gebaren worden groter maar in zijn ogen zie ik paniek. Zijn wereld is een onveilige plek en hij kan nergens schuilen. Hij staat er helemaal alleen voor.

Dit soort uitbarstingen volgen elkaar in steeds sneller tempo op. Ik ben boos maar ook bezorgd. Ik wil hem vastpakken, door zjin haren woelen, kusjes geven in zijn nek. Samen wegkruipen onder een dekbed, een plek creëren waar niets ons raken kan. Vergeten dat de wereld daarbuiten bestaat. Want deze ruzies zijn niet echt. Het is een schreeuw om hulp, een schreeuw om liefde, een hartstochtelijk verlangen naar een solide fundament. Ook al drijft hij me tot wanhoop, ik wil er zijn. Ik wil het verschil maken. Ook al word ik gekwetst.

Advertenties

Liefde is klote

Lars wil zijn spullen komen halen. Ik vind dat niet zo’n goed idee, hou liever zelf de regie. Dus ik bied aan om zijn spullen te komen brengen. De eerste drie afspraken lopen mis, maar op zondagmiddag sta ik met twee dozen bij hem op de stoep. Zwijgzaam lopen we naar zijn zolderkamer waar de vloer bezaaid ligt met lege colaflessen en bierblikjes. Twee overvolle asbakken staan te stinken op tafel en onder zijn wastafel staat aangekoekte afwas. De ramen en gordijnen zijn dicht, hij heeft zich compleet van alles afgesloten.

Hij ziet er lekker uit, zo fris gedoucht in zijn mouwloze t-shirt en joggingbroek. Een vreemd contrast met de staat waarin zijn kamer zich bevindt. Hij slaat zijn armen om me heen en zegt schor: “Ik wil niet dat het voorbij is, Berry. Ik ben zoveel van je gaan houden.”
Ik weet niet wat ik zeggen moet. Hij gaat op zijn bed zitten en staart in het niets. Ik pak een vuilniszak en begin lege flessen op te ruimen. In moeilijke situaties kan ik alleen nog maar praktisch denken. Ik maak een sopje in zijn wastafel en was wat borden en bekers af. In zijn kast vind ik een emmer en allesreiniger. Ik roep dat hij de tafel leeg moet ruimen en haal een natte doek over de tafel en het tv-meubel. Ik schrob zijn wastafel en doe de gordijnen en ramen open. Een complete metamorfose in twintig minuten.  Lars bekent me dat hij al drie dagen niet heeft geslapen. Zijn armen trillen. Ik smeer een paar boterhammen voor hem en kom naast hem op zijn bed zitten. “Ik laat je niet stikken liefje, ik kan dit nu gewoon even niet” zeg ik tegen hem. “Ik moet zo gaan. Beloof je me dat je goed voor jezelf zult zorgen? Eten, slapen, de boel een beetje schoonhouden hier?” Hij knikt.

Terwijl ik zijn straat uit rij, voel ik me zo’n kreng. Ik weet helemaal niet of het goedkomt, maar toch heb ik hem hoop gegeven. Op een of andere manier voel ik me verantwoordelijk voor hem. Liefde is klote. Vooral als het niet genoeg is.


Ruzie

Wat ik later die avond thuis aantref, is een stomdronken hoopje ellende. Ik vis hem op uit de badkamer en probeer hem met zoete woordjes over te halen zich af te drogen en aan te kleden. In mijn knalroze badjas schuifelt hij achter me aan. Ik pak de boodschappen uit en kondig aan dat ik iets te eten voor hem ga maken. Hij pakt me vast, begraaft zijn gezicht in mijn haar en begint hartverscheurend te huilen. Hij ziet het allemaal niet meer zitten. Hij wil een gewoon leven maar het lukt hem niet. Het verbaast me niet echt, maar zo’n enorme breakdown had ik nu ook weer niet verwacht.

Stoppen met het kettingroken van jointjes lukt niet, en rondkomen van een normaal salaris daarom ook niet. Hij geeft meer uit aan hasj en wiet dan ik aan mijn hypotheek kwijt ben. Allerlei klussen naast zijn baan heeft hij afgehouden, omdat hij van mij geen criminele dingen meer mag doen. Zo te horen neemt hij me dat kwalijk. Het zachte snikken gaat over in verwijten die mij op hoog volume worden toegeschreeuwd.

Deze hele situatie is me teveel. Hij kleedt zich aan en roept dat hij naar huis gaat. Ik vraag mijn sleutels terug. “Dus dit is het?” sist hij. En ik probeer heel stoer te zeggen dat ik hier de streep trek, maar de trilling in mijn stem verraadt dat ik nog wel degelijk om hem geef. Hij pakt zijn gereedschapskist en ontdekt dat de kat erop gepist heeft. Lars begint mijn oude kater uit te foeteren. En die kan er waarschijnlijk niks aan doen, want het is mijn schuld dat de tussendeur vandaag dicht was en hij niet naar de kattenbak toe kon. Ik dirigeer hem naar de deur en verbijt mijn tranen. Ik had liever alleen geweest deze avond, maar liever niet op deze manier.


Even niets

Eigenlijk wil ik even niets. Ik ben moe van de emotionele achtbaan en kan er niet meer tegen dat iedereen maar aan me trekt. Als de telefoon gaat, voel ik me heel erg opgejaagd. Ik wil even niets.

Lars kan er niet goed tegen dat we elkaar zo weinig zien, maar ik heb echt tijd voor mezelf nodig. Sommige dagen zegt hij wel tien keer dat hij me zo gemist heeft. Het is niet schattig, ik voel me niet gevleid, ik voel mijn nekharen overeind staan. Ik wil even niets.

Terwijl ik tegen de deadline aan zit te zwoegen, gaat mijn mobieltje. Ik hoor Lars snikkend zeggen dat hij zoveel van me houdt, en dat hij hoopt dat ik gauw thuiskom. En dat het hem spijt dat hij mijn wodka heeft opgemaakt.

Mij spijt het dat ik hem mijn sleutel heb gegeven. Ik wil niet meer, ik wil los.


Miskraam

Een week na mijn positieve test kreeg ik last van hele gemene krampen. Krampen zoals ik ze nog nooit gehad had, en dat zegt wat voor iemand met een stevig gevalletje PMS. Ik leek wel liters bloed te verliezen. “Dat lijkt me een miskraam” zei de dokter droog. Ik hoefde niet langs te komen, het was immers een hele jonge zwangerschap… 

De avond dat het gebeurde had ik er niet echt een gevoel bij. Daarvoor had ik teveel pijn in mijn buik. Lamlendig hing ik in de badkuip, waarin het water langzaam roze kleurde. Warmte was het enige dat hielp.

De volgende ochtend voelde ik me – op wat bloedverlies na – helemaal super. Beter dan ik me ooit had gevoeld, leek het wel. Niet vreemd na weken van misselijkheid en emotionele huilbuien, maar ik voelde me er eigenlijk een beetje schuldig over. Zeker toen ik het aan Lars vertelde en hij erom huilen moest. Hij had graag vader willen worden. Maar ik ging steeds meer twijfelen of ik hem wel zag als vader van mijn toekomstig kind.


Plan B

Lars heeft een onverwachte bondgenoot. Isis vindt het niet eerlijk dat Lars aan het kortste eind trekt en dat er niets is dat hij eraan kan doen. You lose! Geen Berber, geen baby, af door de zijdeur en have a nice life.

Ik probeer haar uit te leggen dat ik nog geen beslissing heb genomen over de baby, of zelfs maar over Lars. Maar zij vindt dat ik dat in mijn hart allang gedaan heb. Dat ik het nog niet heb uitgesproken, komt omdat ik geen deuren dicht wil gooien, omdat ik niet alleen wil zijn. Haar eerlijkheid is soms heel frustrerend. Ze hamert er voortdurend op dat ik Lars nog geen eerlijke kans gegeven heb. Dat hij echt van me houdt. Maar waar baseert ze dat op? Die paar keer dat ze elkaar hebben gesproken sinds hij weer in mijn leven is?

Er is nog niet echt sprake van vertrouwen tussen Lars en mij, en ik irriteer me aan een heleboel dingen. Zijn grote bek, zijn opvliegendheid (niet tegen mij, maar tegen iedereen die hem niet aanstaat op straat), en het feit dat hij vlucht voor zijn gevoelens door elke dag wiet te roken. Ik weet inmiddels alle coffeeshops in een straal van drie kilometer rond mijn huis te vinden. Isis lijkt wel doof voor al mijn bezwaren. Nooit geweten dat ze zo’n romantische kijk op het leven had. Hij houdt van mij, ik heb jaren van niemand anders gedroomd dan van hem, dus wat wil ik nu eigenlijk? Dat is waar het in het kort op neer komt volgens haar.

Soms zou ik willen dat die droom een droom gebleven was. Dat ik van een afstandje kon fantaseren over Lars en mij en nooit hoefde te weten hoe ingewikkeld het allemaal in de praktijk zou zijn. Dat hij voor altijd mijn plan B zou zijn. Altijd zeker van de liefde tussen mij en hem, die nooit over zou gaan. Voor altijd de vonken, de spanning, de ultieme minnaar. Nooit van mij, maar voor altijd de mijne.


Schuldgevoel

Natuurlijk voel ik me ook een beetje schuldig dat ik hoop dat deze zwangerschap vanzelf zal verdwijnen. Ik ken zoveel stellen waarbij zwanger worden maar niet lukken wil, die al jaren meedraaien in de medische molen en elke maand weer een stukje moedelozer worden wanneer blijkt dat het wéér niet gelukt is. Ondertussen lopen hun sociale netwerkpagina’s vol met babyfoto’s van fortuinlijker vrienden. En dat doet pijn, dat kan ik me heel goed voorstellen.

Ik denk dus zeker niet te licht over het wonder dat mij overkomen is. Maar er zijn momenten dat ik volkomen in paniek ben, dat ik wilde dat het niet zo was, en dat ik geen beslissing hoefde te nemen. Abortus kwam in mijn woordenboek nooit voor. Dertigplus, vaste baan, dak boven mijn hoofd… met wat voor excuus kun je dan nog een zwangerschap af laten breken zonder jezelf op te zadelen met een levenslang schuldgevoel?

Dat is dan ook waar Isis op hamert. Zij vindt dat ik nog zeker een week goed moet nadenken zonder invloeden van buitenaf voordat ik mijn beslissing neem. Denk aan je leeftijd, besef dat je nog alleen bent en dat je straks, als je de ware bent tegengekomen, misschien geen kans meer krijgt. En dan denk je terug aan dit kind en vervloek je jezelf.

Levenslang aan een kind vastzitten, dat is logisch. Daar kies je voor. Maar levenslang aan Lars vastzitten, dat baart me zorgen. Hij is ongetwijfeld een leuke vader. En hij sprong nog net geen gat in de lucht toen ik hem van mijn positieve zwangerschapstest vertelde. Maar toch twijfel ik. Niet aan de praktische dingen, maar aan de emotionele aspecten. En hoe vertel ik het in godsnaam mijn ouders? Pa, ma, dit is Lars. Jullie kennen hem nog wel, die junk die me al zo vaak heeft laten zitten – we krijgen een kind samen. Maar we hebben geen relatie. We zien nog wel hoe we dat oplossen…. Ik denk dat mijn vader me meteen meesleurt naar de Oosterparkkliniek voor een curretage.

Maar moet de mening van mijn ouders leidend zijn hierin? Is het redelijk om een kind niet te willen omdat je aan de vader twijfelt? Het is tenslotte toch voor 50% van mij.
Stapelgek word ik van het getwijfel. De ene dag weet ik zeker dat ik het weg wil laten halen, de volgende dag roept een stemmetje in mijn hoofd dat het wel eens mijn laatste kans op het moederschap kan zijn. Wat is het leven soms ingewikkeld.